De Rotterdamse haven floreert en groeit met alle gevolgen voor het verkeer van en naar deze motor van de Nederlandse economie. Om de bereikbaarheid te verbeteren zijn maatregelen nodig. Op 7 december 2011 kon de Minister van Infrastructuur en Milieu na MIRT-verkenning en plan-MER verantwoord het voorkeursbesluit nemen voor een nieuwe westelijke oeververbinding Het wordt de Blankenburgtunnel met tol.

Goudappel Coffeng heeft voor verschillende opdrachtgevers bijgedragen aan het planproces. We voorzagen in 2007 de Kamer van Koophandel van inzicht in verkeerskundige effecten en te verwachten tolopbrengsten van mogelijke infrastructurele varianten. Zeker met de aanleg van de 2e maasvlakte voorzagen zij het vastlopen van de Beneluxtunnel en de Brienenoordbrug. Het onderzoek om een extra tunnel met privaat geld te financieren was een belangrijke stap om de Nieuwe Westelijke Oeververbinding (NWO) hoog op de politieke agenda te krijgen.

In de jaren 2008-2011 kreeg de plan- en besluitvorming gestalte op bestuurlijk niveau. De door het Rijk en regio gestarte MIRT-verkenning Rotterdam Vooruit resulteerde eind 2008 in een Masterplan voor de regio. Gebaseerd op verkeersprognoses van ons werd de noodzaak vastgesteld van een NWO om de verwachte verkeersproblematiek op de A4 Beneluxtunnel te verminderen. De lokale partijen waren echter onderling verdeeld over het hoe, waar en wanneer van de NWO. In 2010 hebben we in een preplanstudiefase de effecten van twee overwogen tracés (het Blankenburgtracé en het Oranjetracé) inzichtelijk gemaakt voor Rijk en regio. Voor het Havenbedrijf Rotterdam actualiseerde en detailleerde we de studie naar de tolopbrengsten. In 2011 is vervolgens door het ministerie van Infrastructuur en Milieu een plan-MER gestart waarin de twee alternatieven tegen elkaar zijn afgewogen. Ook nu deden wij alle verkeersberekeningen. Samen met het ministerie leverden wij het deelrapport verkeer, met als uiteindelijk resultaat dat de minister op 7 december 2011 verantwoord een besluit kon nemen en de regio duidelijkheid kon geven.

Tol
Voor studies rond tolwegen is de keuze voor een zogenaamd dynamisch verkeersmodel cruciaal. Alleen dan is het mogelijk een realistische schatting te maken van de verkeersstromen. Een dynamisch model brengt het ontstaan van files en bijbehorende reistijden beter in beeld, wat weer van belang is voor de afweging die individuele mobilisten zullen maken: ga ik via de tolweg of via de tolvrije Beneluxtunnel. We hebben de state-of-the-art op macrodynamische modelleringtechniek ingezet: streamline. De verkeerskundige effecten van de beprijzingsscenario’s kwamen zo in beeld en het gewenste toltarief kon worden vastgesteld.

De bij de studies gebruikte verkeersmodellen zijn het statische stadsregionale verkeersmodel (RVMK2), de dynamische versie daarvan en het verkeersmodel van de Rijksoverheid, het NRM West. In 2012 wordt het besluit verder uitgewerkt in een rijksstructuurvisie.

Opdrachtgever: Diverse opdrachtgevers
Realisatie: 2007 - 2011

Tjitte Prins

Functie:
adviseur mobiliteit & ruimte
Werkmaatschappij:
Goudappel Coffeng
Telefoon:
(+31)(0)6 22 92 52 54
mail Tjitte

Welkom in de wereld van de Goudappel Groep

lees alles over de Goudappel groep ›