Keuzes in aantal en locatie van Intercity-stations werken door in het regionaal openbaar vervoer, maar hoe? StedenbaanPlus zocht en kreeg inzicht in de samenhang tussen spoor en onderliggend OV. Hoe werkt het totale OV-netwerk? Dat wijst de weg naar nog betere oplossingen voor hoogwaardig, efficiënt en betaalbaar OV.

Voor StedenbaanPlus analyseerde Goudappel Coffeng drie bedieningsmodellen voor de Oude Lijn Den Haag- Rotterdam, met elk een andere combinatie van intercity-stations (Delft, Schiedam Centrum en Rotterdam Blaak). Met ons Nationaal Verkeersmodel analyseerden we de effecten op reizigersstromen, op vervoerwaarde en bereikbaarheid en reistijden tussen belangrijke knopen. In een workshop met relevante actoren presenteerden we onze voorlopige inzichten: de keuze voor IC-halteringen had significante invloed op reizigerspatronen in het regionaal openbaar vervoer. De IC status van de stations Rotterdam Blaak en Schiedam Centrum leidt bijvoorbeeld tot een verschuiving van reizigersstromen in de metro. Een IC-haltering in Delft beïnvloedt daarentegen RandstadRail naar Zoetermeer.

Het verkregen inzicht maakte een discussie mogelijk over de koers die de Zuidvleugel zou moeten varen met haar netwerkontwikkeling, zowel voor spoor als voor regionaal OV. Het is immers één netwerk, waar juist door inzicht in de samenhang kostenefficiëntere oplossingen kunnen worden gevonden voor kwaliteit en capaciteitsproblemen. Op het CVS-congres worden de resultaten gepresenteert.

Opdrachtgever: Projectbureau StedenbaanPlus
Realisatie: 2012

Niels van Oort

Functie:
adviseur openbaar vervoer
Werkmaatschappij:
Goudappel Coffeng
Telefoon:
+31 (0)6 15 90 86 44
mail Niels

Welkom in de wereld van de Goudappel Groep

lees alles over de Goudappel groep ›